| Kamerkoor | ||||
| Johannes Ockeghem (c.1410-1497) | ||||
|
Huidig project |
Ockeghem (vandaag: Okegem) is de naam van een dorpje tussen Aalst en Ninove. Daar moet de familie Ockeghem vandaan zijn gekomen. Johannes zelf werd geboren in Dendermonde, waarschijnlijk tussen 1420 en 1430. Over zijn leven is bitter weinig gekend. De oudste bron vermeldt hem in 1443 als zanger aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Antwerpen. Daar werd hij waarschijnlijk ook opgeleid. Wellicht volgde dan een verdere opleiding bij Binchois. In 1448 wordt hij zanger in de kapel van Charles de Bourbon, die veel in contact kwam met het Franse hof. Zo is het niet te verwonderen dat Ockeghem in 1453 in dienst treedt van de Franse koning. Dat blijft hij tot aan zijn dood omstreeks 1495. Langs zijn hofrelaties om wordt hij schatmeester van de steenrijke abdij van Saint Martin te Tours, een behoorlijk gehonoreerde job, zonder verplichting er te verblijven ("étant occupé au service de la cour"). Hij wordt kapelmeester, en reist verschillende keren met het hele gezelschap naar het buitenland, o.m. naar Spanje voor een diplomatieke zending, en naar Vlaanderen. Zijn grote roem en geliefdheid bleek pas bij zijn dood: talloze treurgedichten werden gecomponeerd o.m. door Erasmus, Lupi en Josquin. Erasmus sprak van "aurea vox Okegi" (Ockeghems gouden stem) en "musicorum princeps" (vorst der musici); Busnois gaf hem de bijnaam "de nieuwe Orpheus" en verschillende kroniekschrijvers en muziektheoretici zwaaiden hem de grootste lof toe. Van zijn miscomposities zijn er 11 volledig bewaard gebleven, 4 onvolledig, 5 gingen verloren en 2 werden verkeerdelijk aan hem toegeschreven. De belangrijkste titels: "L'homme armé", "Ma maistresse", "Mi mi" (op de solmisatienamen mi-mi in twee veschillende hexachorden, absoluut b-e), "Missa proletionum" (slechts twee stemmen zijn genoteerd: alt en bas zingen in canon op sopraan en tenor), en een Requiem-mis ("Missa pro defunctis", de oudste bewaarde meerstemmig gezette dodenmis; het is bekend dat Dufay er reeds één had gecomponeerd, maar die is helaas verloren gegaan). Verder zijn er een dozijn motetten en 23 chansons.
|
Johannes Ockeghem |
||
|
||||